Bonnefanten College
Maastricht
Interview met Erwin Augustin

Erwin
Augustin


An OPEDUCA Master Teacher

’Totaal vastlopen is óók onderdeel van innoveren’


20 juli 2016

Erwin Augustin kwam als zij-instromer terecht bij VHBO Maastricht als docent in het programma IOO. Na 25 jaar werkzaam geweest te zijn in diverse marketingfuncties en als freelance fotograaf, kan hij nu zijn ei kwijt in het vak economie, OPEDUCA en andere nieuwe onderwijsuitdagingen die hem scherp houden.

Hoe bevalt het onderwijs?



’Ontzettend goed. Het is - zeker als nieuwkomer - keihard werken, maar ik krijg er bijzonder veel voldoening en positieve energie voor terug. Ik ben geïnspireerd geraakt door mijn partner, Miriam. Zij is al bijna 30 jaar docent wiskunde en doet dat nog steeds vol vuur en enthousiasme. Wie aan haar leerlingen komt, komt aan haar. Haar gedrevenheid om alles uit haar leerlingen te halen wat erin zit heeft me altijd enorm gefascineerd. Door haar beleefde ik overigens jaren geleden al mijn eerste praktijkervaring voor de klas als gastdocent aan haar school toen ik nog in het bedrijfsleven werkte. Ik vond het een geweldige belevenis. Nadat ik 2013 door een reorganisatie mijn baan verloor heb ik dan ook geen seconde getwijfeld en mij ingeschreven voor de lerarenopleiding. Achteraf gezien had ik dit 10 jaar eerder moeten doen.’

En andersom?



‘Mijn achtergrond als marketeer en zelfstandig ondernemer komt me in het onderwijs op meerdere vlakken van pas. Zo kan ik in de dagelijkse lespraktijk de theorie uit het boek snel koppelen aan praktijkvoorbeelden. Vooral de voorbeelden waarbij het ‘mis’ ging blijven bij de leerlingen goed hangen. Zo kunnen leerlingen zich - na een stukje theorie over omzet en winst - nauwelijks voorstellen dat het in de praktijk écht voorkomt dat managers absurde assortimentsbeslissingen nemen door alleen naar omzetcijfers te kijken en niet naar winstbijdrage. Ik ben er vast van overtuigd dat een leerling die dit verhaal naast de theorie heeft meegekregen die fout later nooit zal maken. Ander concreet voorbeeld is dat ik als parttime ondernemer uit eigen ervaring kan uitleggen dat je ook bij een goede omzet en positieve winstmarges toch een behoorlijk tijdelijk cashprobleem kunt krijgen. Dit soort ‘real live’ voorbeelden maakt de leerstof voor de leerlingen tastbaarder en daardoor ook interessanter.

Ik maak in de ook lessen veel gebruik van een stukje creativiteit. Ik teken veel, zowel tijdens mijn uitleg in de klas als bij het vormgeven aan onderwijsvernieuwing waarvoor ik als IOO-er medeverantwoordelijk ben. Hierdoor kan ik lesstof, problemen en mogelijke oplossingen snel inzichtelijk en begrijpelijk maken.

In mijn rol als IOO-er helpt mijn ervaring me om vage ideeën te vertalen naar een concreet beeld met een bijbehorend plan van aanpak. Door mijn marketingverleden ben ik gewend om te opereren in een snel veranderende wereld vol onzekerheden en een grote diversiteit aan invloeden. Hierin kun je alleen overleven door onzekerheden die je door onderzoek kunt minimaliseren aan te pakken en je qua planning te beperken tot de grote lijn. Details vul je pas in op het moment dat het nodig is. Wanneer je in zo’n dynamische omgeving op elk moment alle details wil invullen wordt je doorlopend ingehaald door de tijd en komt de trein stil te staan. Dat geldt ook voor onderwijsvernieuwing.

Als je de leerlingen een ‘onderwijscadeau’ mocht geven, wat zou dat dan zijn?



‘Een veilingkist vol kleurpotloden, een kladblok zo groot als een Amerikaanse koelkast en de ‘drive’ om elke dag een stukje weg naar hun toekomstideaal te tekenen. Met andere woorden: het ultieme besef dat ze met visie en een ondernemende houding hun eigen leven kunnen regisseren en hun dromen waar maken.’


Vertel eens over ‘jouw’ gedeelte van het IOO-programma?


‘Ik ben met OPEDUCA in aanraking gekomen tijdens mijn stage op het Bonnefanten College. Mijn toenmalige stagebegeider en huidige sectieleider John Ummels gaf me de kans om naar eigen inzicht met het toen nog vrij nieuwe gedachtegoed te experimenteren in de economielessen en hierbij zelf lesmateriaal te ontwikkelen. Dit was het begin van een even stormachtige als inspirerende achtbaan die nog elke dag smaakt naar meer.

Wat OPEDUCA precies inhoudt is moeilijk in een paar zinnen uit te leggen. Het is zowel een visie als een manier van leren die optimaal aansluit bij de hedendaagse onderwijsdoelstellingen. Individuele leerroutes, vakoverstijgende werkvormen, sociale vaardigheden, gedrag en verantwoordelijkheid, creatief denken, innoveren, ondernemerschap en structurele integratie met de buitenwereld vormen de belangrijkste kernwaarden.

Na een pilot van enkele maanden zijn we in september 2015 gestart met drie lesuren OPEDUCA per week in alle brugklassen. Als bagage hadden we verder alleen een masterclass, een globaal doel en een team van 12 uitzonderlijk gemotiveerde collega’s ter beschikking. Samen hebben we lesmodules ontwikkeld, ruimtes ingericht, geëxperimenteerd, en geëvalueerd. Succes gekend en met de handen in het haar gezeten. En nog steeds. Het blijft een proces van vallen en opstaan en zoeken naar het optimum tussen onze theoretische idealen en die weerbarstige praktijk. Een jaar later terugkijkend mogen we concluderen dat we ons doel nog lang niet hebben bereikt, maar wel stapje voor voor stapje een stukje dichterbij ons ideaal komen. Vanaf volgend schooljaar komen daar ook de 2e klassen bij, met de bedoeling om OPEDUCA daarna stap voor stap verder uit te bouwen tot integrale basis van ons onderwijssysteem. Voorlopig nog volop uitdaging dus …’



Wat zijn de successen en de valkuilen, leermomenten of tips die je wil delen?

‘Heb je ook gemakkelijke vragen?’

Nee, dit is de laatste vraag …

‘Oke. Om te beginnen met de successen: het grootste succes ervaar ik als we leerlingen geruime tijd na afloop van een OPEDUCA-les moeten verzoeken het lokaal nu toch echt te verlaten. Als je dan als reactie krijgt: “meneer, alstublieft, geef ons nog 5 minuten dan hebben we dit af”, denk je bij jezelf: Yes! Daar doen we het voor. Intrinsieke motivatie in optima forma.

Natuurlijk gaat die vlieger niet altijd en voor alle leerlingen op. Het andere uiterste zijn leerlingen die alleen functioneren als je ze stap voor stap voorkauwt wat je van ze verwacht. Maar ook bij die groep zie je positieve effecten ontstaan. Zoals een leerling die na “uitleg tot in den treure" een uur later plotseling een totaal onverwacht superieur eindproduct inlevert en ziet groeien door zijn succeservaring.

Daartussen zit een grote middenmoot die zich op relatief korte tijd zichtbaar ontwikkelt in zelfstandig werken, leerlingen die initiatief nemen en elkaar helpen zonder dat je daar als docent om hoeft te vragen. Het mooie van OPEDUCA-onderwijs is dat je elke klant naar behoefte kunt bedienen. Hierbij moet opgemerkt worden dat een dergelijke manier van lesgeven zeker in dit beginstadium voor de docenten behoorlijk intensief is. Na drie lesuren OPEDUCA ben je echt leeg.

Grootste leermoment is denk ik het besef dat totaal vastlopen ook onderdeel van innoveren is. Af en toe moet je pas op de plaats maken of zelfs een stap terugdoen. Accepteren dat je niet altijd ter plekke een oplossing hebt. Dat je soms dingen gewoon even moet loslaten en pas twee dagen later weer oppakken. De grootste valkuil heb ik eerder al genoemd: voordat je begint alle details willen vastleggen. Dat innoveren is ‘out the box denken’ betekent weten we inmiddels allemaal. Maar ook hier komt regelmatig de weerbarstige praktijk van strak omlijnde kaders en randvoorwaarden om de hoek kijken. Die moet je waar nodig kunnen loslaten, anders blijft je box dichtgetimmerd en kom je er nooit uit. Een tip is dan ook: probeer niet alles vooraf te willen weten en vastleggen. Teken (letterlijk) de globale weg naar je doel en begin gewoon, met vallen en opstaan. De details en de nieuwe randvoorwaarden vallen dan gedurende de rit vanzelf wel op hun plaats.

Gelukkig verkeren we hierbij in de gezegende omstandigheid dat we als OPEDUCA-team mogen functioneren onder een directie en teamleiding die niet alleen met hart en ziel gelooft in onderwijsvernieuwing, maar ons daarbij ook de broodnodige vrijheid en het vertrouwen geeft om echt te kunnen innoveren. We krijgen alle ruimte om te experimenteren en voorbij te gaan aan traditionele regels, normen en waarden. We worden niet afgerekend op onze fouten, maar op wat we ervan geleerd hebben. In dit verband deel ik graag een van de favoriete quotes van onze directeur (Twan Wijnants): “Als we alles moeten laten wat niet mag komen we geen stap verder.”

Het spreekt voor zich dat ik als IOO-er en met mijn achtergrond hiermee een werkveld heb gevonden waarin ik graag en goed kan functioneren. Ik heb regelmatig contact met andere IOO-ers en docenten van andere scholen die actief met onderwijsontwikkeling bezig zijn. Gelukkig herkennen zich veel collega’s in mijn situatie. Maar ik hoor ook verhalen van mensen met geweldige ideeën die van hun directie of teamleiding nauwelijks ruimte krijgen om er ook echt vorm aan te kunnen geven. Dat lijkt me enorm frustrerend. Wanneer je als school wil innoveren moet je durven loslaten. Als docent, maar zeker ook als manager. Als je écht vernieuwing verwacht moet je je mensen ook écht vrijheid en vertrouwen geven, anders blijft onderwijsontwikkeling een papieren tijger.’